Anderkaffer

bezopen

Bezopen

     ‘Het stomme is misschien wel dat ik mijzelf zo belemmer. Niet dat ik mijzelf zie als een zielig hoopje, of dat ik hiermee de slachtofferrol wil aantrekken en troost zoek. Zelfs geen schouderklopje met een verzachtende komptwelgoed joh! Ik schrijf dit als een soort vergeet-mij-nietje vanuit mijn eigen gedachte naar mijn toekomstige ik die veel te vaak de ik uit mijn verleden gebruikt. Of misbruikt. Of soms juist te weinig gebruikt. Ik ga toch verdomme niet de rest van mijn leven zo ontiegelijk onzeker zijn? Soms zelfs op het paranoïde af.’
     Ik kijk Erik eventjes niet aan. Juist na zo’n biecht weet ik niet waar ik het zoeken moet. Al sinds de zucht voor de eerste zin dwaalde mijn blik af naar de halflege fles Stolichnaya op de koffietafel. Ik keek als in een soort tweestrijd naar dat wat er al op is en dat wat er straks nog had kunnen zijn. Ik was niet zozeer gefocust op de drankfles, maar zonk meer in de verbintenis met de zojuist op tafel gelegde woorden. Mede dankzij deze monoloog zag ik dat die half volle fles geen betekenis had. Het was datgene waarom deze open gemaakt was.
     ‘Waarom ontwijk je mijn ogen?’ Vroeg Erik mij. Bijna met tranen in zijn stem. Hij voelde dat ik meende wat ik zei. Hij snapte ook wat ik bedoelde.
     Hij schonk ons nog wat bij.
Iets meer de toekomst in.
Show More

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.