Anderkaffer

kansloos

Kansloos

     We liepen bijna Utrecht Centraal binnen en Wouter, die blijkbaar die ochtend had “ontdekt” dat ik schrijf, wilde dat ik een verhaal ging vertellen.
     ‘Maar met wat je nu ziet kan je toch wel een verhaaltje vertellen?’
Nee Wouter, nee. Punt één gaat iets uit het niets vertellen een compleet ander soort verhaal opleveren dan iets schrijven en andersom idem dito. Ik zou verdomme willen dat ik alles zomaar kon opdreunen en dat het dan een leuk verhaal zou zijn. Ik kan het schrijvend niet eens. Ik worstel dagen, soms wel weken met woorden voordat ik überhaupt maar iets op papier heb. Net zoals nu. Wouter zei dit een uur geleden en ik ben nu pas drie a4’tjes verder in mijn hoofd en heb pas één alinea op papier. Kansloos. Ander voorbeeld:
     ‘Maar zag je niet hoe ze naar je keek?’
Maupie sloeg lichtelijk door had ik het idee. Ik moet wel toegeven: ik had even enige twijfel, maar al na een paar nanoseconde sloeg de keiharde realiteit toe.
     ‘Ik wil jou zeker wel geloven, Maup. Echt. Maar ik weet ook dondersgoed dat er meer komt kijken dan één blik werpen.’
Ze keek ook wel echt naar mij, maar goed, dat wil niet zeggen dat elk object met een hartslag wat naar mij kijkt, ik mee de koffer moet induiken? En mocht ik die hoop wel hebben, dan ben ik óf dronken óf lam óf kansloos. Kansloos dus. Nog één voorbeeld?
     Mijn moeder is een schat. Echt waar. Als iemand met de volledige duizend procent in mij gelooft en weet dat ik alles kan, dan is het mijn moeder wel.
     ‘Maar mooiste zoon van mij, dit kán jij!’
Als side note moet ik wel even melden dat ik wel haar enige zoon ben. Al staat mijn zusje vaak haar mannetje, ze blijft een dochter.
     Even goed weet ik dat ik meer kan dan dat ik zelf geloof, ik kan niet alles. Tot dusver ben ik niet vaak op mijn bek gegaan met dat wat ik wil, maar dat betekent niet dat ik… Misschien ben ik gewoon te koppig. Blijkbaar is tot dusver eigenlijk alles wat ik wil voor mijzelf wel een soort van gelukt of mogelijk geweest. Blijkbaar ben ik tot dusver misschien te koppig, waardoor ik de rest niet kan laten lukken. Beetje kansloos dit. Laatste voorbeeld dan:
     ‘Maar je kan toch wel gewoon één drankje komen doen?’ Vroeg menig persoon mij ooit.
Lijkt mij klaar als een klontje.
Kansloos.
Show More

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.